skip to Main Content
  • Algemeen chirurg
    Kleine brandwonden worden soms ook behandeld in ‘gewone’ ziekenhuizen. Vaak is hierbij een algemeen chirurg betrokken.
  • Brandwond
    Een beschadiging van de huid, veroorzaakt door inwerking van warmte, elektriciteit, straling, bevriezing of chemische stoffen.
  • Brandwondenartsen
    Dit zijn artsen die gespecialiseerd zijn in de behandeling van brandwonden en meestal uitsluitend op een brandwondencentrum werken.
  • Brandwondencentrum
    Een in brandwondenzorg gespecialiseerde afdeling van een algemeen ziekenhuis. Door de bijzondere maatregelen en een vakkundig team is opvang, behandeling, verzorging en verple-ging van patiënten met brandwonden (daar) optimaal mogelijk. Nederland heeft drie van deze centra: in Groningen, Beverwijk en Rotterdam.
  • Brandwondenpolikliniek
    Poliklinisch spreekuur van het brandwondencentrum door het brandwondenteam. Er wordt aandacht besteed aan zowel lichamelijke als psychosociale aspecten.
  • Brandwondenverpleegkundigen
    Veel van de brandwondenzorg wordt verleend door verpleegkundigen. Zij hebben hiervoor naast hun ‘gewone’ opleiding nog een extra opleiding brandwondenverpleegkunde gedaan.
  • Diëtist
    Brandwondenpatiënten verbruiken raar genoeg heel veel calorieën. En bovendien hebben de wonden veel invloed op de stofwisseling. Daarom is goede voeding van groot belang voor een goed herstel. De diëtist helpt je daarbij.
  • Donorplaats
    Dat gedeelte van het lichaam waarvan een dunne strook huid is verwijderd om als transplantaat te dienen.
  • Drukmasker
    Gezichtsmasker van kunststof of siliconen dat speciaal gemaakt is om littekenhypertrofie te beperken.
  • Drukkleding
    Kleding vervaardigd van elastisch materiaal en op maat gemaakt. Het helpt littekenhypertrofie te beperken.
  • Ergotherapeut
    Ergotherapeuten helpen je om je dagelijkse levenshandelingen weer zo snel en zo goed mogelijk te kunnen doen. Ze kunnen daar eventueel ook hulpmiddelen voor maken. Bijvoorbeeld speciaal bestek, zodat je toch zelf kunt eten als je je handen verbrand hebt.
  • Fysiotherapeut
    Bewegen is van groot belang voor mensen met brandwonden. Dat begint al in het ziekenhuis. Bewegen is sowieso goed voor de algemene conditie van de patiënt, maar ook specifiek voor een goede wondgenezing. Fysiotherapeuten in het ziekenhuis of later ook bij je in buurt helpen je daarbij.
  • Geestelijk verzorger
    Naast lichamelijk gevolgen kunnen brandwonden ook grote invloed hebben op je welbevinden, op je toekomstbeeld en op je zelfbeeld. Geestelijk verzorgers bieden professionele begeleiding, hulpverlening en advisering bij zingeving en levensbeschouwing. Geestelijk verzorgers zijn er voor iedereen, welke geloofsovertuiging of levensfilosofie je ook hebt. Zij bieden een luisterend oor, een troostend woord, rituelen en een goed gesprek. Bij hen is vertrouwelijkheid en onafhankelijkheid verzekerd.
  • Huidtherapeut
    Huidtherapeuten kom je meestal niet in het ziekenhuis tegen. Zij hebben meer een rol wanneer de wonden al genezen zijn. Zij zijn gespecialiseerd het verbeteren van de littekenkwaliteit. Zij kunnen je bijvoorbeeld helpen je huid soepeler te maken. Sommige huidtherapeuten zijn ook gespecialiseerd in lasertherapie van littekens. Voor meer informatie over huidtherapie en waar je de therapeuten vindt, klik hier.
  • Huisarts
    Bij ernstige brandwonden komt de huisarts meestal pas in beeld als je weer terug bent uit het ziekenhuis. Hij kan een belangrijke rol bij de nazorg hebben. Als je weer thuis bent en de twijfels hebt over de genezing van je wonden. Wacht dan niet tot het volgende polibezoek bij het ziekenhuis, maar raadpleeg ook je huisarts.
    Kleine brandwonden worden vaak door de huisarts behandeld. Echter, als de genezing naar jouw idee niet goed verloopt en je twijfelt over de deskundigheid van je huisarts, neem dan gerust contact op met een van de drie brandwondencentra. Daar kun je vaak terecht voor een second opinion.
  • Hypertrofie
    Een hypertroof litteken wil zeggen dat het litteken dik is. Dat het qua relief boven de omliggende huid uitsteekt. Drukkleding of een silicicone masker kan helpen om dit weer terug te dringen. Hypertrofie van het litteken verdwijnt meestal na verloop van tijd.
  • Gespecialiseerd verpleegkundige wondverzorging
    Steeds vaker schakelen de huisarts of de thuiszorg de hulp in van gespecialiseerde verpleegkundigen op het gebied van wondverzorging. Zij kunnen eventueel ook hulp bieden bij de nazorg van de wonden wanneer u weer thuis bent.
  • Intensive Care (IC) verpleegkundigen
    Wanneer mensen ernstig verbrand zijn, worden zij vaak de eerste dagen in een IC-bed verpleegd. Bij deze bedden is veel extra apparatuur beschikbaar, die voor de behandeling nodig is. IC-verpleegkundigen zijn getraind om met deze apparatuur en met ernstig zieke patiënten om te gaan.
  • Intensivist
    Patiënten waarbij een of meer vitale lichaamsfuncties – zoals de bloedsomloop of ademhaling – ontregeld zijn en intensief bewaakt en behandeld moeten worden, liggen vaak op de Intensive Care (IC). Bij deze hoogwaardige zorg zijn tal van specialismen betrokken. De intensivist is de eindverantwoordelijke specialist op deze afdeling en coördineert de gang van zaken.
  • Keloid
    Keloid is overmatige littekenvorming. Het verschil tussen keloid en littekenhypertrofie is dat keloid zich uitbreidt buiten de grenzen van de oorspronkelijke wond. Bij hypertrofe littekens blijft dit binnen de grenzen van de wond en het verdwijnt vaak spontaan na 6-12 maanden. Keloid kan soms ook spontaan ontstaan, zonder voorafgaand wond. Er zijn bepaalde voorkeurslokalisaties voor keloid: de borst, de nek, het achterhoofd. Soms ook in de oorlellen na het maken van gaatjes. Keloid komt vaker voor bij een donkere huid. De aanleg hiervoor kan ook genetisch bepaald zijn.
  • Kinderarts
    Wanneer kinderen met brandwonden in het ziekenhuis worden opgenomen, wordt daarbij meestal ook een kinderarts betrokken. De kinderen worden meestal ook zo snel als mogelijk op de kinderafdeling verpleegd, omdat daar het ‘klimaat’ veel kindvriendelijker is.
  • Kiwanishuis
    De meeste brandwondencentra hebben ook een Kiwanishuis. Dit is een plek in of bij het brandwondencentrum waar de ouders kunnen overnachten. Op deze manier kunnen ze altijd dicht bij hun kind zijn en hoeven ze minder te reizen als dat een probleem is.
  • Littekenhypertrofie
    Soms is de vorming van littekenweefsel zeer overmatig. Er ontstaat dan een rood, dik en hobbelig litteken. We noemen dit een hypertrofisch litteken.
  • Maatschappelijk werker
    Terugkeren naar je thuissituatie vanuit het brandwondencentrum kan soms lastig zijn. Is er iemand die je kan helpen met het verwisselen van de verbanden? Kun je alles al weer? Hoe zit het met vervoer? Kan je al naar je werk? Moet er hulp gemobiliseerd worden? Bij al dit soort vragen kan een maatschappelijk werker hulp bieden. Soms zijn er maatschappelijk werkers op het brandwondencentrum. Die kunnen je dan weer helpen om er een bij jouw in de buurt te zoeken als dat nodig is.
  • Microbioloog
    Brandwonden, maar ook ander wonden, kunnen makkelijk geïnfecteerd raken. Dat is niet goed voor de genezing. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de longen als je bijvoorbeeld veel hete rook hebt ingeademd. Een microbioloog houdt dit soort dingen in de gaten, door bijvoorbeeld monsters van de wond onder de microscoop te bekijken en te testen op bacteriën.
  • Nazorgverpleegkundige
    De nazorgverpleegkundige begeleidt de patiënt meestal richting zijn ontslag en bereid hem voor op de thuiskomst. Na ontslag houdt de nazorgverpleegkundige contact met de patiënt en spreekt hem of haar ook altijd bij het polibezoek. Nazorgverpleegkundigen hebben daarbij vooral ook aandacht voor de psycho-sociale kant van het herstel. En kunnen daarbij zo nodig ook hulp geven of inschakelen.
  • Operatie/transplantatie
    Als na een diepe brandwond geen spontane genezing plaatsvindt, wordt de dode huid onder algehele narcose operatief verwijderd. De ontstane wond wordt bedekt met eigen huid van de patiënt. Deze strook huid wordt meestal netvormig vergroot en vervolgens op de wond gelegd, waarmee het kan vergroeien, zodat de wond zich sluit.
  • Pastor of imam
    Een pastor of imam hebben een vergelijkbare taak als een geestelijk verzorger maar dan meer vanuit een specifieke geloofsovertuiging.
  • Plastisch chirurg
    Plastisch chirurgen werden vroeger meestal pas later in het behandelingsproces ingeschakeld vooral om littekencorrecties uit te voeren. Steeds vaker zijn zij ze nu ook al betrokken in het beginstadium van de behandeling om te zorgen dat die behandeling ook cosmetisch een zo goed mogelijk resultaat zal hebben.
  • Plastisch chirurgische correcties
    Mensen met brandwonden worden opnieuw opgenomen in het ziekenhuis om door middel van operaties littekens te verfraaien of huidtekorten – en daarmee de functiebeperkingen – op te heffen. De operatiefrequentie is afhankelijk van onder andere de ernst en de plaats van het brandwondenletsel. Bij kinderen is de groei zeer bepalend.
  • Post Intensieve Care Syndrome (PICS)
    PICS omvat de nieuwe of verergerde klachten die ontstaan ten gevolge een behandeling op de intensive care. Je kunt daarbij denken aan zowel lichamelijke, cognitieve als psychische problemen. Voorbeelden zijn verlies van spierkracht of coördinatievermogen, geheugenverlies, minder snel denken, leren of praten tot aan angst en depressieklachten.  Voor meer informatie over PICS klik hier.
  • Psycholoog
    Naast invloed op je lijf hebben (brandwonden)littekens vaak ook veel invloed op hoe je je voelt. Misschien vind je jezelf niet meer mooi en schaam je je of doen anderen vervelend tegen je vanwege je littekens. Of wellicht heb je een trauma opgelopen door een levensbedreigende situatie waar je in zat. Door al dit soort zaken kun je je ‘slecht voelen’. Als dat gevoel niet weggaat, kan wellicht een psycholoog hulp bieden. Zij kunnen je helpen om weer meer controle over je gevoel te krijgen, zodat je gevoel je levensgeluk niet in de weg staat.
  • Psychosociale problemen
    Psychosociaal is een woord dat gebruikt wordt zaken aan te duiden die samenhangen met hoe je je voelt (je psyche) en hoe je met andere mensen in je omgeving omgaat (sociaal).  Die twee dingen hangen ook vaak met elkaar samen. Als je veel ruzie met je buren hebt, voel je je meestal ook niet al te best. En andersom. Als je je vaak depressief voelt, hebt steeds minder de neiging om andere mensen te ontmoeten. Het woord ‘psychosociaal’ wordt vaak gebruikt om problemen op dit vlak aan te geven.
  • Psychiater
    Psychiaters zijn artsen die gespecialiseerd zijn op de gezondheid van de hersenen en de geest. Zij bieden o.a. hulp bij het verwerken van trauma’s of wanneer mensen ten gevolge van de opname verward zijn (iets wat veel voorkomt wanneer mensen lang in een kunstmatige coma worden gehouden). Daarnaast begeleiden zij ook psychiatrische patiënten die in het centrum worden opgenomen.
  • Pedagogisch medewerker
    Een pedagogisch medewerker is er speciaal voor de kinderen in het brandwondencentrum. Ze zorgen voor spel en activiteiten. Hierdoor kan het kind ontspannen en positieve ervaringen opdoen en soms verwerken wat het heeft meegemaakt. Daarnaast bereiden ze de kinderen op speelse manier voor op operaties en verbandwissels. Bij die laatste zijn ze vaak aanwezig om het kind af te leiden of gerust te stellen. Pedagogisch medewerkers geven ook advies aan ouders over spelmogelijkheden, school en opvoedvragen.
  • Traumachirurg
    Naast gespecialiseerde brandwondenartsen en plastisch chirurgen zijn er soms ook traumachirurgen betrokken bij de operaties van brandwondenpatiënten. Dit is meestal het geval als de brandwonden ook gepaard gaan met ander uitgebreid letsel.
  • Wijkverpleegkundige
    Wanneer je ontslagen bent uit het ziekenhuis ben je meestal nog niet helemaal uitbehandeld. Zo moeten er bijvoorbeeld vaak nog verbanden verwisseld worden. Als je daar hulp bij nodig hebt, kan de wijkverpleegkundige je daarbij helpen. Zij krijgt dan instructies van het brandwondencentrum hoe ze de behandeling of verzorging voort kunnen zetten.

 

 

 

 

Back To Top