skip to Main Content

(Uit Infocus zomer 2016) Brandwondenzorg is teamzorg. Dat vinden Carina Ros en Joska Goede, psychologen in het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk. Artsen en verpleegkundigen zijn er natuurlijk in eerste instantie voor het fysieke deel. Psychologen zijn ondersteunend en helpen de patiënt de – vaak pijnlijke – behandeling aan te kunnen. Daarnaast werken psychologen preventief. Door het vroegtijdig onderkennen van signalen proberen ze een Posttraumatische Stress Stoornis (PTSS) te voorkomen.
Het liefst maken Carina, Joska en hun collega’s kennis met alle patiënten die met brandwonden in het Brandwondencentrum worden opgenomen. “Dat lukt helaas niet altijd”, vertelt Carina. “We proberen in ieder geval kennis te maken met de patiënten die langere tijd opgenomen zijn. Ook gaan we langs bij patiënten die zelf om onze hulp vragen, of als het behandelteam erom vraagt.”

Laagdrempelig contact

De eerste kennismaking is bedoeld om laagdrempelig contact te leggen met de patiënt en zijn familie. “Tijdens zo’n eerste gesprek proberen we in te schatten hoeveel veerkracht iemand heeft om met de ontstane situatie om te gaan. De timing van kennismaking is belangrijk. Niet gelijk de eerste of de tweede dag, maar daarna. Dan weten de artsen meestal wel wat het behandelplan is en hebben patiënten de mogelijkheid gehad om van de eerste schrik te bekomen.” Bijna alle brandwondenslachtoffers hebben te maken met herbeleving van de gebeurtenis, angst voor de pijn en nachtmerries. Carina: “In het eerste gesprek proberen we in ieder geval duidelijk te maken dat angst, schrik, slecht slapen en herbelevingen normale reacties zijn op een abnormale situatie. Het hoort bij verwerken.”

Niet iedereen zit op het bezoek van een psycholoog te wachten. “Vooral oudere adolescenten zijn in eerste instantie wat meer afwachtend”, zegt Joska. ‘Een psycholoog? Dûh, ik ben niet gek!’ Joska probeert dan vooral te luisteren en vragen te beantwoorden om op die manier de drempel weg te halen.

“In het Brandwondencentrum werken we samen in een multidisciplinair team. Iedereen heeft daarin een eigen, gelijkwaardige positie en vult elkaar aan.”

Kinderen met brandwonden

De zorg voor kinderen met brandwonden is iets complexer. “Bij kinderen onder de 16 jaar maken we eerst kennis met de ouders”, vertelt Joska. “Zij hebben een belangrijke rol in het genezingsproces van hun kind.” Ouders zijn ook kwetsbaar. Uit onderzoek blijkt dat ouders na een brandwondenongeval van hun kind een grote kans hebben op een PTSS*. “Ouders moeten overeind blijven in het belang van hun kind. Daarom benadrukken we dat ze, naast de zorg voor hun kind, ook goed voor zichzelf moeten zorgen en daar óók tijd voor mogen nemen.”

Wat is er nú nodig?

“Onze generatie psychologen in de brandwondenzorg heeft veel geleerd van ervaringen bij rampen, zoals de vuurwerkramp in Enschede of de Volendambrand”, aldus Carina. “We zeggen niet hoe het moet, maar werken vooral praktisch en staan open voor wat de patiënt nú nodig heeft of wil: wat heeft de patiënt nú nodig om de behandeling vol te houden? wat heeft de patiënt nú nodig om de controle weer terug te krijgen?” Op het gebied van pijn, jeuk en angst is nog steeds veel terrein te winnen. Als psycholoog in een brandwondencentrum hebben Carina en Joska behoefte aan een goede afstemming met resultaten uit wetenschappelijk onderzoek. Ze hopen dat de afstemming verbetert nu twee collega’s samen met de Brandwonden Stichting wetenschappelijk onderzoek doen, in het kader van hun specialistische opleiding tot klinisch psycholoog.

Teamzorg

Brandwondenzorg is teamzorg. Joska: “In het Brandwondencentrum werken we samen in een multidisciplinair team. Iedereen heeft daarin een eigen, gelijkwaardige positie en vult elkaar aan.” Carina en Joska hebben een actieve rol in het contactherstel tussen ernstig verbrande patiënten en hun gezinsleden. Zij werken daarbij samen met de nazorgverpleegkundige. “Nazorgverpleegkundigen zien patiënten vaker en kijken of patiënten behoefte hebben aan psychologische nazorg, hetzij in Beverwijk, hetzij in hun eigen omgeving.” Soms maakt het team heftige dingen mee. Zoals een jonge moeder die aan haar brandwonden overlijdt. “Dan zijn we er voor elkaar en zijn we dankbaar dat we samen iets voor een ander hebben kunnen betekenen.”

• Door Marlène van Vijfeijken

 

 

Over Joska Goede (links)

Joska Goede studeerde ontwikkelingspsychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Na haar studie werkte ze als gedragswetenschapper en ontwikkelingspsycholoog bij diverse instanties. Sinds 2006 werkt Joska als kinder- en jeugdpsycholoog in het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk.

Over Carina Ros (rechts)

Na haar studie psychologie aan de Universiteit van Amsterdam werkte Carina Ros vijf jaar in het Medisch Centrum Alkmaar. Sinds 1998 is ze als klinisch psycholoog en medisch manager van de afdeling medische psychologie verbonden aan het Rode Kruis

 

 

Back To Top