Jaidan over zijn rol als staflid van de Jongerenweek

Categorie:

Jaiden Tulp ging vorig jaar voor het laatst mee met de Jongerenweek van Kind en Brandwond. Hij legt, als ervaren deelnemer, uit wat de week is, en vooral wat de week zo uniek maakt: activeren, vermoeien, herkennen, groeien en zelf(s) inspireren.

‘Het mooie van de Jongerenweek is dat we over onze brandwonden praten alsof ze een deel zijn van ons leven. En dat is natuurlijk ook gewoon zo.’ Aan het woord is Jaiden Tulp, een boomlange verpleegkundige in opleiding. Hij is doorgaans druk met stage, werk, vrienden en hobby’s en hij oogt en klinkt als de doorsnee achttienjarige. ‘Dat ben ik ook,’ vindt hij. ‘Maar ik heb als jong kind wel een ernstig ongeluk gehad. Dus die Jongerenweek blijft toch wel speciaal. Ik ga al mee sinds mijn achtste.’

Jaiden is een ervaren deelnemer
‘Ik heb wel gemerkt hoe je eigen behoeften door de jaren heen veranderen. Als je heel jong bent, zit je met andere dingen dan wanneer je weer wat ouder bent. Het fijne is dat je steeds in groepen zit met mensen van verschillende leeftijden. Daardoor kun je heel gemakkelijk van anderen leren. Ik heb, zeker in het begin, heel veel geleerd van mensen die al ouder waren. En de laatste keer merkte ik dat ik ineens de oudste was. Toen kwamen mensen naar mij toe. Ze vroegen mij wat ik nou zou doen of zeggen. Een van de begeleiders zei zelfs tegen een jonger kind dat ze maar met mij moest gaan praten. Toen was ik dus opeens de inspiratiebron. Dat voelde echt heel bijzonder.’

Lol en serieus
In die paar zinnen typeert deze vlotte tiener de kern van de Jongerenweek; alles draait om de afwisseling van actief bezig zijn, samen vuil en moe worden, samen lol maken, en ja, ook serieuze gesprekken hebben. ‘Maar dat gaat in stappen, hoor. Pas ergens in de tweede helft van de week, als je samen al het een en ander hebt gedaan, gaan ook de gesprekken wat dieper en word je soms uit je comfortzone gelokt. Dat voelen de begeleiders heel goed aan.’

De deelnemers en staf van de Jongerenweek

Gevraagd naar een voorbeeld, hoeft Jaiden niet lang na te denken: ‘Het kampvuur is voor sommigen heel spannend. Dan vragen ze bijvoorbeeld aan een kind om alleen even wat hout aan te geven. Dat ligt best ver weg. Als dat goed gaat, vragen ze later of je ook marshmallows in het vuur wil roosteren, of dat je wat dichter bij het vuur wil komen. Maar niks hoeft, niks moet. En alles is goed.’
‘Buiten je comfortzone, binnen je grenzen’

Wordt alles dan vanzelf makkelijker? Jaiden: ‘Voor mij was het nooit echt moeilijk. Ik vond altijd al dat die littekens er gewoon bij hoorden. Ik kan daar best makkelijk over praten. Maar ik zie ook wel dat mensen soms echt uit hun comfort­zone gehaald moeten worden. Dat gebeurt wel altijd met veel aandacht en met respect voor ieders grenzen. Ik denk dat mensen daardoor juist ‘soepeler’ worden. Als je ze dan na een jaar weer ziet, merk je dat ze vooruit zijn gegaan. Dat zie je in het zwembad goed; dan zie je mensen het water ingaan, en denk je: dat vond je vorig jaar nog echt lastig. En nu doe je het gewoon.’

‘Ik denk’, vertelt Jaiden, ‘dat het ook komt doordat je er nooit alleen voor staat. Je leert samen om te gaan met lastige situaties. Je leert dat het veilig is. We gaan bijvoorbeeld wel eens naar een klimbos. In het begin vinden sommigen dat echt doodeng. Die bomen zijn best hoog, en snel naar beneden roetsjen doen sommigen ook niet elke dag. Maar het is echt veilig hoor. Het enige dat je eraan kunt overhou­den zijn een paar blauwe plekken. Die gaan gewoon over.’
Met al die actieve, grensverleggende, fysiek spannende dingen op het programma vraag ik me af hoe dat de eerste keer dan ging. Jaiden moet een beetje glimlachen om die vraag: ‘Dat is wel lang geleden, hoor!’ Dan, serieuzer: ‘Dat vond ik toch wel spannend. Maar ik had meteen een vriend en met hem heb ik nog steeds contact. We zien elkaar door het jaar heen niet zo vaak, maar tijdens de Jongerenweek is het altijd meteen weer gezellig. We kennen elkaar goed en we kennen veel begeleiders goed. We weten wat we wel én wat we niet kunnen maken.’

‘In die ene week komt alles samen’
Daarmee raakt Jaiden aan een ander belangrijk punt; hoe leuk het ook allemaal is, het moet wel veilig zijn. ‘Daarom moet je vooraf ook een vragenlijstje invullen over praktische dingen als diëten, medicijnen, allergieën en derge­lijke. Dat vinden ze, terecht, heel belangrijk. Daar houden ze dan ook echt rekening mee. Zo kwam ik de eerste paar keer terug met een knalrood, gezwollen hoofd. Uiteinde­lijk kwamen we erachter dat ik allergisch ben voor aloë vera. Dat is een klein plantje dat wordt verwerkt in allerlei crèmes en in zonnebrandspul. Sinds we dat weten nemen de begeleiders voor iedereen crème mee zonder aloë vera. Probleem opgelost!’

Veel leren over jezelf en anderen
Tijdens de Jongerenweek proberen ze grenzen op te zoeken en die, als het even kan, veilig een beetje op te rekken. Maar ook: rekening houden met behoeften, wensen, uitdagingen en mogelijkheden. ‘In die week komt het allemaal samen’, vindt Jaiden, ‘Het mooie is dat het in het gewone leven ook zo is. Ik heb meestal niet zo’n hinder van mijn litteken. Maar ik zie wel andere deelnemers die zich afvragen of ze iets wel aandurven of kunnen, en hoe anderen daar op zullen reage­ren. Door die grenzen op te zoeken, te ervaren dat er niks mis gaat en er met elkaar over te praten, leer je veel over jezelf en over anderen.’

Tijdens de weekt stijgt menigeen boven zichzelf uit!

Wat de week ook bijzonder maakt, is dat je veel in teamverband doet. Door de hele week heen kunnen die teams punten scoren, bijvoorbeeld als ze goed samenwerken. ‘Dat beetje competitie maakt het toch net wat leuker. In zo’n team zit je niet alleen met mensen van je eigen leeftijd, maar met alle leeftijden door elkaar. Je moet dus echt reke­ning met elkaar houden. En je komt automatisch met alle leeftijden in contact. Hoe ouder ik word, hoe duide­lijker ik zie waarom dat belangrijk is. Als je ouder bent, zie je dat je al een hele weg hebt afgelegd. Als je jong bent, kun je tijdens die week een beetje in je toekomst kijken. Dan zie je anderen bij wie het beter wordt, makkelijker wordt. Dat kan echt een geruststelling zijn.’

Hier stopt het voor mij niet. Ik wil me graag blijven inzetten!
Na zijn achttiende zijn er andere opties. Nu Jaiden 18 is, kan hij niet meer mee met de activiteiten van Kind en Brandwond. Wat nu? ‘Ik zou me graag willen blijven inzetten voor de vakantieweken. Ik vond het altijd fijn dat sommige begeleiders van de Jongerenweek zelf ook brandwonden hebben. Dus misschien kan ik in de toekomst wel begeleider worden.’

Die droom zal nog wel even moeten wachten. ‘Je mag pas een groep begeleiden, als die bestaat uit jongeren die nooit samen met jou deelnemer zijn geweest. Er moet dus wat afstand zijn. Anders zouden deelnemers kunnen denken dat ze een streepje voor hebben of zo.’

En in de tussentijd? ‘Ik loop nu stage voor mijn opleiding verpleegkunde. Dat is leuk, maar ook druk. En ik heb gehoord dat ScarWars ook heel leuk is. Het lijkt volgens mij veel op de Jonge­renweek. Dat lijkt me ook wel wat. Al ben ik dan natuurlijk wel weer een van de jongsten. Dat is misschien wel weer even wennen. Maar vast ook gezellig en leerzaam.’

Door Karolijne Bauland