Tijdens de zeildag ontmoet ik Annemiek. Ze begroet me alsof ze een oude bekende ziet, maar ik ontmoet haar voor het eerst. Deze hartelijke ontmoeting is precies zoals Annemiek is: de energie en vrolijkheid spat ervan af. We delen telefoonnummers en maken een vervolgafspraak. Wanneer ik Annemiek weer spreek, is ze net zo hartelijk als op de zeildag. Toch is het vandaag een bijzondere dag; ze heeft namelijk haar oude diploma’s opgevraagd, zodat ze weer kan beginnen met werken. Haar verstandelijk beperkte dochter is zeer zorgintensief en gaat binnenkort in een instelling wonen. Annemiek hoeft daardoor niet meer 90 uur per week te mantelzorgen. Ze kan binnenkort dus eindelijk weer dingen voor haar zelf doen, nadat ze zich 20 jaar volledig weggecijferd heeft voor haar gezin. Dat klinkt zwaar, maar Annemiek is er verbazingwekkend relaxed en nuchter onder. ‘Het is nou eenmaal wat het is. Daar doe je niets ‘an.’ Het continue aanstaan voor haar volwassen dochter die verstandelijk een vijfjarige is, eist zijn tol. Anderhalf jaar geleden kwam daar ook nog eens het brandwonden-ongeluk van Annemiek bij.
‘Ik gilde van de pijn, maar ze keken me aan alsof ik een schaap was’
‘Het was op 20 juni 2023’, begint Annemiek haar verhaal op laconieke toon, alsof ze het over een vakantietrip heeft. ‘Dat is nu anderhalf jaar geleden. We gingen naar de McDrive om thee te halen, zoals we elke week doen op dinsdagmiddag. Dan gaat de helft van de thee eruit en doe ik er een beker ijsklontjes in zodat mijn dochter gelijk haar thee kan drinken.’ Deze dinsdag loopt het echter anders. De thee is heter dan normaal en tot overmaat van ramp zit de deksel los. Annemiek begint te trillen van de zenuwen en de thee gaat over haar buik en rechterbeen. Ze gilt van de pijn en voelt direct dat het mis is.
Annemiek rent de auto uit en roept naar een passant dat haar dochter nog in de auto zit. Ze gaat de Mac in en roept om hulp, ‘maar ze keken me aan alsof ik een schaap was.’
Annemiek vertelt haar heftige verhaal zo grappig, dat ik niets anders kan dan lachen om haar beschrijving. Ik zie het schaap zo voor me. Ik verontschuldig me voor mijn reactie, maar het wordt weggewuifd. Dit is een deel van Annemieks overlevingsstrategie. Als het niet erg is, dan hoef je je immers ook geen zorgen te maken, dus maak je het verhaal vooral niet ernstig.
Wegcijferkunst
Toch is haar verhaal serieuzer dan haar luchtige manier van vertellen doet vermoeden. Annemieks doorzettingsvermogen en haar wegcijferkunsten blijken ook uit het feit dat ze niet eerst een ambulance belt voor zichzelf. Annemiek had met haar zoon een afspraak in het ziekenhuis, maar dat moet haar man nu overnemen. Dus belt ze haar man. Bijkomend probleem; haar man heeft geen rijbewijs, dus hoe komt hij in het
ziekenhuis? Vervolgens belt Annemiek haar moeder om te vragen of zij haar man en zoon naar het ziekenhuis kan rijden. Ondertussen maakt ze zich zorgen om haar dochter met wie ze bij de McDrive is.
Nadat Annemiek alles voor haar gezin geregeld heeft, terwijl ze crepeert van de pijn, gaat ze eindelijk voor zichzelf zorgen. Het personeel kijkt niet op of om naar de onbekende dame die doorweekt in hun spoelkeuken onder de spoelkraan staat. ‘Niemand van de Mac heeft me zelfs maar een stoel aangeboden’, zegt Annemiek sip. Na wat aandringen belt de bedrijfsleider uiteindelijk een ambulance. Hij vindt het in eerste instantie niet nodig, want het was ‘slechts een eerstegraads brandwond’. De ambulancemedewerkster ziet echter direct dat het niet goed is en wil naar het Brandwondencentrum gaan. Omdat Annemiek dat eng vindt, wordt ze naar het Zaans Medisch Centrum gebracht. Annemieks dochter die nauwelijks kan bevatten wat er met haar moeder gebeurt, blijft ondertussen maar gillen…
‘Het is nu klaar, hoor je me,
je moet me morgen weer rijden!’
‘Mijn dochter bleef maar gillen dat het nu over moest zijn en dat mama morgen moest rijden naar haar dagbesteding.’ Uiteindelijk neemt het ziekenhuispersoneel haar dochter mee, zodat haar moeder rustig behandeld kan worden. Terwijl Annemiek behandeld wordt, hoort ze nog haar dochters gegil. Thuis wordt ze dagelijks door de thuiszorg verpleegd, maar haar wonden genezen niet goed. Na 2,5 week gaat Annemiek uiteindelijk toch naar het brandwondencentrum. Diezelfde week nog krijgt ze een huidtransplantatie en begint haar herstel.
De 83-jarige moeder van Annemiek is de enige die haar gedurende deze periode helpt. ‘De gemeente kon pas vijf maanden later hulp regelen. Dus dan helpt je bejaarde moeder je met je zwaar verstandelijk beperkte kind…’, verzucht Annemiek. ‘Mijn man ging ’s nachts werken, zodat hij overdag voor onze dochter kon zorgen.’
Na drie weken staat Annemiek alweer haar gezin te redderen, terwijl ze eigenlijk moet herstellen. Haar dochter kan totaal niet overweg met de veranderde thuissituatie en raakt daardoor enorm overprikkeld. Mama moet dus wel aan de bak. Maar Annemiek zou Annemiek niet zijn als ze daar niet nuchter mee omging. ‘Ach ja’, zegt ze lichtvoetig, ‘je kan iemand wel kunstbenen geven, maar dat is toch nooit hetzelfde als echte benen.’
Communicatie tussen zorgverleners kan beter
Annemieks herstel verloopt niet optimaal. De wijkverpleging doet zijn best, maar ze hebben beduidend minder kennis en kunde dan in het brandwondencentrum. Zo krijgt ze opvallend weinig zalf op haar wonden, terwijl dat in het brandwondencentrum met handenvol tegelijk ging. ‘Zaanse zuinigheid of protocol, dat weet ik niet’, zegt Annemiek kordaat. ‘Ondanks dat ze zeggen samen te werken met het brandwondencentrum, was dat in de praktijk niet het geval. Dat moet beter op elkaar worden afgestemd.’
Ik kan mijn brandwonden nu omarmen
Annemiek heeft intensief aan haar herstel gewerkt. Ze heeft veel geleerd en kan nu haar brandwonden ‘omarmen’. Ze heeft zichzelf beter leren kennen en groot verborgen verdriet ontdekt. Haar psycholoog zei dat ze eerst haar gezin heeft gered en toen pas zichzelf. ‘Dat gaat altijd zo, mijn hele leven staat in het teken van de zorg voor anderen. Maar na het ongeluk voelde ik me echt alleen en was ik boos en gefrustreerd. Maar ondanks de heftigheid, heb ik er veel van geleerd’, zegt ze. ‘Het was geen gemakkelijke tijd. Ook al kreeg je eten en drinken en werden je verbanden verschoond, er was amper tijd voor liefde en aandacht. Onze kinderen hadden immers ook aandacht en zorg nodig en onze dochter meer dan anderen.’
Door mijn brandwonden heb ik nieuwe delen van mijn ziel leren kennen.
Dankzij therapie voelt Annemiek zich inmiddels een stuk beter. ‘Ik heb door deze ervaring zoveel nieuwe lagen van mezelf leren kennen: delen van mijn ziel waarvan ik zonder mijn brandwonden nooit had geweten dat ze bestonden. Ik weet nu wat ik nodig heb om voor mezelf te zorgen,’ vertelt ze. ‘Eigenlijk maakten mijn brandwonden de littekens die altijd al in mij zaten, zichtbaar. Ik kan nu veel beter aan mijn eigen behoeftes denken. Daardoor heb ik ook de stap genomen om te beginnen met werken. Ik wil ook nog een mooie tatoeage bij mijn littekens laten zetten.’
De fastfoodketen heeft bij wijze van excuus Annemiek nog een bos bloemen gestuurd, drie paar sokken en een cadeaubon om bij ze te gebruiken, vertelt ze schaterlachend. Omdat het ongeluk buiten het filiaal plaatsvond, stelt McDonald’s dat ze niet aansprakelijk is. Hoewel Annemiek dat moeilijk kan accepteren, gaat ze de strijd niet aan. ‘Mijn energie besteed ik liever aan mezelf en aan mijn gezin,’ zegt ze vastberaden. Met deze positieve instelling richt Annemiek zich op haar toekomst. Na jaren van mantelzorgen komt er straks meer rust en ruimte voor Annemiek. En dat verdient ze.
• Door Melek Dogan
